Niernieuws door Jeroen van Setten
Nierpatiënten ruiken over het algemeen veel minder goed dan anderen. En dat zou wel eens een belangrijke reden kunnen zijn voor het feit dat ze ook vaak ondervoed zijn. Dat denken althans onderzoekers van de Massachusetts General Hospital and Harvard Medical School in Boston.
Ze presenteerden hun onderzoek tijdens de voorjaarsbijeenkomst van de Amerikaanse National Kidney Foundation. Renal & Urology News sprak daar met de onderzoekers. Onderzoeksleider Sagar Nigwekar vertelde dat de veel voorkomende ondervoeding de aanleiding was voor het onderzoek. Hij noemt ondervoeding een heel belangrijke complicatie van nierziekten.
Vooral dialysepatiënten klagen vaak dat hun het eten niet goed smaakt of dat eten dat ze vroeger lekker vonden, ze niet meer aanspreekt. Waarschijnlijk is de veranderde geurervaring daarvoor de reden. De onderzoekers gebruikten gestandaardiseerde 'scratch-and-sniff' kaarten volgens de University of Pennsylvania Smell Identification Test (UPSIT) om het vermogen tot geuronderscheiding en -identificatie van 28 patiënten met een relatief milde nierziekte, 42 met een ernstige nieraandoening en 15 gezonde proefpersonen met elkaar te vergelijken. Ook de voedingstoestand van de proefpersonen werd gemeten.
De gezonde vrijwilligers konden 87,6% van de aangeboden geuren correct onderscheiden. Bij de nierpatiënten was dat respectievelijk 75,9% en 67,4%. Van de gezonde vrijwilligers had 75% een normale geurfunctie, 20% een mild geurverlies, en 1 persoon (7%) rook zeer slecht. Daarentegen hadden slechts 14 van de 70 patiënten met een nierziekte (20%) een normale geurfunctie, 18 (26%) hadden een mild geurverlies, 16 (23%) roken matig en 16 (23%) zeer slecht. Zes patiënten roken zelfs helemaal niets.
Hoe slechter de nieren van de patiënt er aan toe waren, hoe slechter ze bleken te kunnen ruiken. De onderzoeksresultaten zullen worden gebruikt in het programma HONORR (Helping Olfaction and Nutrition on Renal Replacement) dat beoogt ondervoeding bij nierpatiënten tegen te gaan. De hoop is dat met een bepaald soort astmamedicatie de reukzin kan worden verbeterd en daarmee ondervoeding kan worden tegengegaan.
Ze presenteerden hun onderzoek tijdens de voorjaarsbijeenkomst van de Amerikaanse National Kidney Foundation. Renal & Urology News sprak daar met de onderzoekers. Onderzoeksleider Sagar Nigwekar vertelde dat de veel voorkomende ondervoeding de aanleiding was voor het onderzoek. Hij noemt ondervoeding een heel belangrijke complicatie van nierziekten.
Vooral dialysepatiënten klagen vaak dat hun het eten niet goed smaakt of dat eten dat ze vroeger lekker vonden, ze niet meer aanspreekt. Waarschijnlijk is de veranderde geurervaring daarvoor de reden. De onderzoekers gebruikten gestandaardiseerde 'scratch-and-sniff' kaarten volgens de University of Pennsylvania Smell Identification Test (UPSIT) om het vermogen tot geuronderscheiding en -identificatie van 28 patiënten met een relatief milde nierziekte, 42 met een ernstige nieraandoening en 15 gezonde proefpersonen met elkaar te vergelijken. Ook de voedingstoestand van de proefpersonen werd gemeten.
De gezonde vrijwilligers konden 87,6% van de aangeboden geuren correct onderscheiden. Bij de nierpatiënten was dat respectievelijk 75,9% en 67,4%. Van de gezonde vrijwilligers had 75% een normale geurfunctie, 20% een mild geurverlies, en 1 persoon (7%) rook zeer slecht. Daarentegen hadden slechts 14 van de 70 patiënten met een nierziekte (20%) een normale geurfunctie, 18 (26%) hadden een mild geurverlies, 16 (23%) roken matig en 16 (23%) zeer slecht. Zes patiënten roken zelfs helemaal niets.
Hoe slechter de nieren van de patiënt er aan toe waren, hoe slechter ze bleken te kunnen ruiken. De onderzoeksresultaten zullen worden gebruikt in het programma HONORR (Helping Olfaction and Nutrition on Renal Replacement) dat beoogt ondervoeding bij nierpatiënten tegen te gaan. De hoop is dat met een bepaald soort astmamedicatie de reukzin kan worden verbeterd en daarmee ondervoeding kan worden tegengegaan.